Isolatiematerialen bezitten een goede thermische isolatie als ze een groot percentage holle ruimte hebben die gevuld is met droge lucht. Zodra isolatiematerialen als geluidisolatie ingezet worden, zijn er andere criteria van belang. Massa is een goede geluidisolator, dan komen de zwaardere materialen in aanmerking. Wordt een isolatiemateriaal als brandbescherming opgenomen in een bouwconstructie, dan geven de daarvoor benodigde eigenschappen zoals brandweerstand, rookontwikkeling en drupgetal, de doorslag.
Per materiaalsoort zullen in deze themapagina de eigenschappen en
hun toepassingsgebied aan de orde komen.
Thermische isolatie
Voordat we bouwconstructies thermisch isoleren willen we weten
hoeveel warmte er doorheen gaat, als het aan de ene kant kouder is
dan aan de andere kant.
Om geen convectie in de holle ruimten van isolatiemateriaal te
krijgen, één van de manieren van warmteoverdracht, mogen die
holle ruimten niet te groot zijn. En zodra de droge lucht kans
ziet vocht vast te houden, loopt de isolatiewaarde met grote
sprongen achteruit (water is een goede warmtegeleider). Daarom dien
je te voorkomen dat vocht zich in het isolatiemateriaal kan
dringen, maar vooral dat het daar kan blijven. Geventileerde
constructies en dampremmende lagen zijn hiervoor in het leven
geroepen.
Warmteweerstand
De hoeveelheid warmte die doorgelaten wordt, hangt af van de totale
warmteweerstand van de gehele constructie, Rc genoemd, in
m2·K/W.
De warmteweerstand van de totale constructie wordt van lucht op lucht berekend, Rl. Daarin worden, naast de materiaalwaarden, de stilstaande luchtlaagjes die zich aan het binnen- en buitenoppervlak van de constructie vastkleven en bij de warmteoverdracht weerstand bieden, bij opgeteld. De R-waarden van deze luchtlaagjes is van de situatie afhankelijk en worden als standaard gehanteerd. Waar bouwconstructies aan moeten voldoen met hun R-waarden is in het Bouwbesluit vastgelegd.
Warmtegeleidingscoëfficiënt
Voor de materialen zelf wordt de warmteweerstand bepaald door de
warmtegeleidingcoëfficiënt, λ. Deze coëfficiënt wordt uitgedrukt in
W/m·K, waarmee de warmtedoorlaat per graad temperatuurverschil van
1 meter dik materiaal wordt uitgedrukt. Leveranciers en fabrikanten
weten van hun producten wat de λ is.
Warmtedoorgangscoëfficiënt
De totale warmtedoorgangcoëfficiënt van een constructie
wordt de U-waarde, of de K-waarde in België, genoemd. De
U-waarde is de hoeveelheid warmte die door een constructie heen
gaat bij 1 graad temperatuurverschil, met als eenheid W/m2·K. Hoe
lager de U-waarde van een constructie, hoe beter de
isolatiewaarde.
Resumé, termen en formules
λ, warmtegeleidingcoëfficiënt in W/m·K;
Rm, warmteweerstand van een materiaal in m2·K/W;
Rc, warmteweerstand van een totale constructie in m2·K/W;
Rsi, warmteovergangsweerstand binnen (si staat voor surface
interior);
Rse, warmteovergangsweerstand buiten (se staat voor surface
exterior);
Rl, warmteweerstand lucht op lucht in m2·K/W;
U, warmtedoorgangcoëfficiënt in W/m2·K.
Rm = d [m]/λ
Rc = Rm1 +
Rm2 + Rm3 + …
Rl = Rsi + Rc +
Rse
U = 1/R
Polystyreen, ofwel piepschuim, en polyurethaan zijn bekende vertegenwoordigers van geschuimde kunststof.
Polystyreenschuim, geëxpandeerd: EPS
Het schuim wordt gevormd door parels polystyreen, PS. Geëxpandeerd
polystyreen bestaat voor 2% uit polystyreen kunststof en voor
de rest uit lucht. De parels worden door verwarming eerst
voorgeschuimd, dan en een mal gebracht en verhit met stoom. Er
ontstaan aan elkaar gekitte bolletjes, die door de optredend
vormdruk in de mallen de bolvorm verliezen. De gedeukte bolletjes
polystyreenschuim bestaan uit gesloten cellen, tussen de
bolletjes ontstaat ruimte. Grote moederblokken worden tot platen
gesneden. Deze platen zijn minder sterk en dicht dan producten die
vanuit de mal direct worden toegepast. Deze producten hebben als
gevolg van het procedé een gesloten huid.

EPS is een monomateriaal en zeer geschikt voor recycling. De
fabrikanten van EPS in Nederland, verenigd in Stybenex, hebben zich ten doel gesteld het
milieubeleid van de overheid vorm te geven en zo bij
het Cradle to
Cradle, C2C, principe aan te sluiten.
Relevante toepassingen: thermische vloerisolatie, dakisolatie, gevelisolatie.
Polystyreenschuim, geëxstrudeerd: XPS
De fabricage van geëxstrudeerd polystyreenschuim gebeurt met een
extruder. Platen die op deze wijze gevormd worden hebben een
doorgaande structuur van gesloten cellen. Daardoor zijn deze platen
goed te onderscheiden van de geëxpandeerde variant. Nadat de massa
uit de strengpersmond komt ontstaat de schuimstructuur.
De gunstige Cradle to
Cradle, C2C, eigenschappen van XPS hebben geleid tot een
zilveren certificaat, uitgegeven door het MBDC (McDonough Braungart
Design Chemistry).
Relevante toepassingen: thermische dakisolatie.
Polyurethaanschuim, PUR en Polyisocyanuraat
PIR
Polyurethaanschuim PUR of Polyisocyanuraat PIR zijn
kunststofschuimen gebaseerd op:
Er ontstaat een schuim met tot 90% gesloten structuur. Door de
dichte structuur heeft polyurethaanschuim een zeer hoge
isolatiewaarde, met een geringe dikte wordt veel bereikt.
Polyurethaanschuimplaten die in de bouw worden toegepast zijn
altijd aan twee zijden voorzien van een cacheerlaag (meestal
glasvlies of een alu folie).Het is ook mogelijk PUR in het werk te
vormen. Na het vloeibaar uitspuiten blaast het op tot een
schuim.
Relevante toepassingen: thermische isolatie, brandwering, dichten
van kieren tussen constructieonderdelen.
Cellenbeton
In de fabriek wordt kalk, cement en kwartszand nauwkeurig gemengd.
Daarna wordt water toegevoegd en ook een heel kleine hoeveelheid
aluminiumpoeder. Zo ontstaat een mengsel dat in mallen wordt
gegoten. Als het mengsel is verhard, de zogenaamde cake, wordt de
mal verwijderd en wordt het geheel in een snijmachine gelegd. De
gesneden producten worden in een autoclaaf geplaatst, een
lange, stalen ketel. Na zes tot twaalf uur is het harde
cellenbeton ontstaan dat zo nodig nog wordt gefreesd of gezaagd.
Cellenbeton wordt geproduceerd onder beheersbare omstandigheden als
voorwaarde voor constante kwaliteit.
Omdat stilstaande lucht een wezenlijk bestanddeel vormt van
cellenbeton, is het thermisch isolerend vermogen. De
warmtegeleidingcoëfficiënt varieert van 0,15 tot 0,50 W/m·K.
Hergebruik van cellenbeton is tijdens fabricage de normaalste zaak
van de wereld. Het maakt niet uit tijdens welk van het
fabricageproces het afval ontstaat, het wordt opnieuw gebruikt.
Alle fabrikanten van cellenbeton hanteren MRPI-informatie. Dat wil
zeggen dat de milieubelastende effecten van cellenbeton nauwkeurig
zijn berekend en vastgelegd. Meer informatie omtrent MRPI kunt u
vinden bij de leden van de Nederlandse Cellenbeton Vereniging.
Relevante toepassingen: (dragende) koudebrugonderbrekingen.
Bron: Nederlandse Cellenbeton
Vereniging.
Schuimbeton
In zijn meest elementaire vorm bestaat schuimbeton uit cement,
water, fijne toeslagstoffen, schuimmiddel en lucht. De volumieke
massa varieert tussen 400 en 1600 kilo per kubieke meter, de keuze
is afhankelijk van de toepassing. Naast het geringe gewicht en de
geringe wateropname zijn producteigenschappen als sterkte,
thermische isolatie en duurzaamheid minstens even belangrijk.
Schuimbeton is niet-corrosief, niet-giftig en past binnen duurzaam
bouwen.
Na gebruik is schuimbeton volledig herbruikbaar en het
energieverbruik bij productie en verwerking blijft beperkt.
Schuimbeton wordt in het Bouwstoffenbesluit tot categorie 1
bouwstof (dus vrij toepasbaar) wordt gerekend.

Relevante toepassingen: woningbouw (afschotlaag, isolatie
werkvloer, vullaag tussenruimte, renovatie) , wegenbouw (wegen,
terreinen, overkluizing, sportvelden, rioolvulling,
kadeconstructie).
Bron: Stichting Schuimbeton Nederland.
Schuimglas
De grondstof voor schuimglas is glas, waarvoor de grondstof weer
zand is. Schuimglas ontstaat door verhitting van glas en toevoeging
van koolstofpoeder dat belletjes veroorzaakt. Schuimglas
wordt opgebouwd uit hermetisch gesloten cellen waarvan de wandjes
bestaan uit zuiver glas. De cellen zijn gevuld met een inert
gas.

De platen zijn onbrandbaar, waterdicht en waterdampdicht. De
isolatiewaarde van het materiaal blijft constant tijdens de gehele
levensduur van het gebouw. Schuimglas maatvast en vormvast en heeft
het een zeer hoge druksterkte zodat het geschikt is voor
toepassingen waarbij grote belastingen aan de orde zijn. Het
materiaal is bestand tegen nagenoeg alle zuren en wordt niet
aangetast door knaagdieren, insecten of ander ongedierte. De platen
kunnen precies op maat worden gezaagd. Schuimglas is tijdens
productie, gebruik en hergebruik niet schadelijk voor het
milieu.
Relevante toepassingen: Op plaatsen waar hoge eisen worden gesteld
aan de drukvastheid en dampdichtheid, zoals dragende
koudebrugonderbreking, isoleren van kelderwanden, terrasdaken,
tuindaken en parkeerdaken, groene
gevels.
Glaswol
Voor de productie van glaswol wordt 70% glasscherven gebruikt. Na
menging van de scherven met zand worden lange dunne draden in een
sponsachtige structuur geschikt. Daarna wordt deze vezelmat in een
hardingsoven verwarmd om het sterkte en stabiliteit te geven.
Tijdens het laatste stadium wordt de wol gesneden en verpakt.
Bij het aanbrengen van glaswol zijn een stofmasker en
werkhandschoenen niet overbodig en moet de ruimte goed geventileerd
worden. De levensduur van het materiaal is 75 jaar en is gedurende
deze periode onderhoudsvrij. Het materiaal is goed
recycleerbaar.
Relevante toepassingen: thermische gevelisolatie, dakisolatie
en vloerisolatie, brandwerendheid, akoestische isolatie.
Steenwol
Steenwol of rotswol genoemd, is een isolatiemateriaal dat wordt
vervaardigd uit vulkanisch gesteente, diabaas of basalt. De
steenmassa wordt gesmolten en wordt vervolgens met een zogenaamde
spinner weggeslingerd. Tijdens het spinproces wordt een bindmiddel
toegevoegd. Dit bindmiddel zorgt ervoor dat de steenwolvezels later
kunnen uitharden, waardoor de vloeistof stolt tot draden. De
wolvezels worden vanuit een oven met veel lucht naar een
geperforeerde staalband geleid en tot een mat gevormd. Daarna wordt
deze vezelmat in een hardingsoven verwarmd om het sterkte en
stabiliteit te geven.
Relevante toepassingen: thermische gevelisolatie, dakisolatie
en vloerisolatie, brandwerendheid, akoestische isolatie.
Aluminium
Een nieuw isolatiemateriaal is een dunne, glimmende
polyester-aluminiumfolie. Door het aanbrengen van verschillende
lagen kun je met heel weinig materiaal een hoge isolatiewaarde
behalen. De isolerende werking gaat van reflectie van
warmtestraling uit en doordat er gesloten luchtkamers gecreëerd
worden.
Relevante toepassingen: (na-)isolatie van begane grondvloeren,
binnenwanden, na-isolatie van daken, rond leidingen.
Biopolymeren
Biopolymeren is een nieuwe grondstof dat als eindproduct
vergelijkbaar is met EPS (geëxpandeerd polystyreen). Het ziet er
qua structuur hetzelfde uit en heeft vrijwel dezelfde eigenschappen
als EPS. Het grote verschil is dat EPS geproduceerd wordt van
polymeren die op fossiele grondstoffen (eindig materiaal) gebaseerd
zijn.
De biopolymeren zijn gemaakt van plantaardige grondstoffen (oneindig materiaal) waarmee een schuimisolatie is gemaakt die hergebruikt kan worden. Daarnaast is het ook biologisch afbreekbaar, bij hoge temperaturen onder invloed van vocht en bacteriën industrieel composteerbaar en is het Cradle to Cradle gecertificeerd. Deze biologische schuimisolatie is in vrijwel alle bouwtoepassingen duurzaam en langdurig te gebruiken.
Cellulose
Isolatiemateriaal van cellulose ontstaat door oud papier te
vermalen tot wollige vlokken. Cellulose uit krantenafval bevat
inktresten. Boorzouten worden toegevoegd om het tegen brand,
schimmel en ongedierte te beschermen. Holle ruimten in wanden (bij
houtskeletbouw) of dakconstructies worden helemaal volgespoten.
Door toevoeging van een klein beetje water wordt de cellulose wat
plakkerig en kan het ook tegen verticale halfopen wanden worden
gespoten, die daarna met plaatmateriaal wordt dichtgemaakt. Vanwege
de reactie van cellulose op water is het niet in spouwmuren toe te
passen. Isoleren met cellulose leent zich goed voor renovatie omdat
daarmee ook onregelmatig gevormde en slecht toegankelijk ruimten
worden gevuld.
Houtvezels
Houtvezels worden uit
de resten van naaldhoutverwerking en uit onbruikbaar hout gehaald.
De fijne vezels worden in waterdamp zacht gemaakt en met toevoeging
van andere stoffen geperst en gedroogd. Het boorzoutgehalte is
gereduceerd tot 1%. Deze natuurlijke isolatie reguleert de
vochtbalans van de constructie en het binnenklimaat.
Relevante toepassingen: thermische dakisolatie, vloerisolatie
en gevelisolatie, vooral in de houtskeletbouw,
geluidisolatie.
Houtwol
Houtwolplaten zijn gemaakt van grove houtwol met lange vezels en
een bindmiddel. De platen zijn universeel toepasbaar, stabiel en
toch elastisch. Daarbij zijn deze ecologische platen een goede
ondergrond voor pleisterwerk. De eenvoudig te verwerken platen
worden op een regelwerk of rechtstreeks op het oppervlak
bevestigd.
Relevante toepassingen: geluidisolatie, brandwering.
Hennep
De grondstof Hennep is een veelzijdig en vernieuwbaar gewas. Hennep
groeit tot bijna 4 meter hoogte in 100 tot 120 dagen en groeit op
alle types grond. Hennep zuivert de lucht door grote hoeveelheden
CO2 om te zetten tijdens de groei. Het natuurproduct is vrij van
schadelijke stoffen. Deze natuurlijke isolatie reguleert de
vochtbalans van de constructie en het binnenklimaat. Hennepteelt
vraagt weinig kunstmest of bestrijdingsmiddel.
Relevante toepassingen: thermische dakisolatie, vloerisolatie
en gevelisolatie in nieuwbouw of bestaande bouw.
Vlas
Vlasdekens lenen zich vooral goed voor isolatie in de holle
bouwdelen tussen balken. Vlas kan 20 procent van het eigen gewicht
aan vocht opnemen en weer afgeven, wat het binnenklimaat ten goede
komt. Het niet-giftige ammoniumsulfaat zorgt voor brandwerendheid
en schimmelresistentie. Vlasteelt veel weinig kunstmest of
bestrijdingsmiddel.
Katoen
Maar de helft van alle ingezamelde kleding kan als kleding
hergebruikt worden. De rest verdwijnt veelal op de afvalberg.
Gelukkig wordt de kleding tegenwoordig steeds vaker gebruikt voor
de productie van isolatiemateriaal. De tweedehands kleding wordt
ingezameld en gesorteerd en vervolgens met een bindend vezel van
polyester (omdat de kleine vezels van de oude kleding dat niet
doen) verhit tot 100 graden waardoor het materiaal samen wordt
gesmolten tot een isolatiedeken. Dat betekent wel dat het
isolatiemateriaal van niet-biologische katoen is gemaakt.
Relevante toepassingen: thermische dakisolatie, vloerisolatie, gevelisolatie.
Wol
Schapenwol is een optimaal isolatiemateriaal. Naast thermische
isolerend is het ook vocht- en dampregulerend, brandwerend en
zelfdovend. Schapenwolisolatie kan voor 100% uit de dierlijke vezel
bestaan, maar ook voor 10 tot 15% uit smeltvezels en borax.
Van schapenwolisolatie wordt de isolatiewaarde nauwelijks
beïnvloedt door een wisselende relatieve luchtvochtigheid.
Relevante toepassingen: thermische dakisolatie, vloerisolatie,
gevelisolatie.
Schelpen
De winning van (fossiele) schelpen is in principe duurzaam omdat de
voorraad steeds opnieuw wordt aangevuld. Voor het transport is
echter veel energie nodig. Met een laag schelpen verbeter je het
klimaat in kruipruimtes, vooral door het positieve effect op de
vochthuishouding. Schelpen trekken geen vocht aan en ook vindt er
in een schelpenlaag geen capillaire opstijging plaats.
Relevante toepassingen: thermische isolatie in natte
kruipruimten.
Kleikorrels
Korrels van gebakken klei hebben een vergelijkbaar effect op de
water- en warmtehuishouding in kruipruimten als schelpen.
kleikorrels zijn echter poreus waardoor de thermische eigenschappen
beter zijn. De capillaire opstijging van water in de laag poreuze
korrels blijft beperkt tot 22 millimeter als ze in het water liggen
en tot slechts 16 millimeter vanaf een 'natte' ondergrond. Door het
gebruik van kleikorrels wordt de kruipruimte warmer en droger.
Hierdoor wordt de relatieve vochtigheid lager en neemt de kans op
condensvorming af.
Relevante toepassingen: thermische isolatie in natte kruipruimten,
vloerisolatie, dakisolatie.
Perlietplaten
De grondstof is voor deze platen is perliet, een vulkanisch
gesteente. Het wordt tijdens de productie tot korrels vermalen,
door verhitting geëxpandeerd het gebonden water. Er vormen zich nu
witte korrels van enkele millimeters groot. Voor platen worden de
korrels vervolgens gemengd met glaswol en cellulosevezels
(afkomstig van oud papier) verwerkt tot vochtige platen. De in een
droogtunnel gedroogde platen worden vervolgens verzaagd. Om de
platen ongevoeliger te maken voor vocht, vervangen minerale vezels
steeds vaker de cellulose.

Relevante toepassingen: thermische isolatie, brandwering.

| Materiaal | λ [W/m·K] |
| Resol-hardschuim | 0,021-0,023 |
| Biopolymeren | 0,036 |
| Polystyreen EPS | 0,030-0,040 |
| Polystyreen XPS | 0,029-0,038 |
| Polyisocyanuraat PIR | 0,023-0,026 |
| Polyurethaan PUR | 0,023-0,026 |
| Cellenbeton | 0,15-0,50 |
| Schuimbeton | 0,073-0,091 |
| Schuimglas | 0,038-0,043 |
| Glaswol | 0,030-0,040 |
| Steenwol | 0,032-0,040 |
| Aluminium met luchtlaag | - |
| Cellulose | 0,039 |
| Houtvezels | 0,038 |
| Houtwol | 0,080 |
| Hennep | 0,040 |
| Vlas | 0,038 |
| Wol | 0,035 |
| Kleikorrels | 0,050 |
| Perliet | 0,050 |
Bovenstaande waarden omvatten per isolatiesoort een breed scala
producten van verschillende leveranciers.
Over de exacte λ-waarde van een
specifiek isolatiemateriaal van een leverancier zijn
zij bereid u de waarde van het product te geven dat
u in berekeningen aan moet houden.
De λ-waarden van katoen en schelpen zijn bij de redactie
niet bekend. Heeft u meer informatie?
Schroom dan niet om ons te benaderen op redactieNBD@sdu.nl.
Isolatieplaat combineert isolatie met maximale
ontwerpvrijheid
De isolatieplaten scoren uitstekend op gebied van Duurzaam Bouwen
en een Rc-waarde van 5,0 is geen probleem
NBD Themanieuwsbrief Isolatie
Verschillende leveranciers tonen hier de
nieuwste product- en systeemontwikkelingen op het gebied
van isolatie.
W
Warmtedoorgangscoëfficiënt: U-waarde, of de
K-waarde in België, is de hoeveelheid warmte die door een
constructie heen gaat bij 1 graad temperatuurverschil, in
W/m2·K.
Warmtegeleidingscoëfficiënt: de warmtedoorlaat per
graad temperatuurverschil van 1 meter dik materiaal, W/m·K.
Warmteovergangsweerstand: stilstaande
luchtlaagjes die zich aan het binnen- en buitenoppervlak van de
constructie vastkleven en bij de warmteoverdracht weerstand
bieden.
Warmteweerstand: de hoeveelheid warmte die
doorgelaten wordt, hangt af van de totale warmteweerstand van de
gehele constructie, Rc genoemd in m2·K/W.
Eurowall® thermisch isolerende PUR-hardschuimplaten geschik...
Lees verderEasycell is een losse vlokkenisolatie tegen warmte en geluid. Hierdoor is ...
Lees verderHet Thermoskussen is een opvouwbaar isolatiemateriaal waarin een of meer l...
Lees verderTexaa® geluidabsorberende producten van speciaal kunststofs...
Lees verderTopline panelen van Lambri Wood Panels; design met hout en akoestiek a la ...
Lees verderSteracoustic randstroken worden gebruikt als contactgeluidsisolatie...
Lees verderZwembaden, papierfabrieken, brouwerijen en andere industriële bedrijfspan...
Lees verderSchöck Isokorf® KST constructieve koudebrugonderbreking ter v...
Lees verderEen naadloze vloerisolatie met ‘klik-verbinding' van EPS-SE voor...
Lees verderRecticel is een onderdeel van de Recticel Groep.
De Recticel Groep is Europa's belangrijkste producent van p...
Lees verder